Motorrijbewijs

Motorrijden is en blijft populair. Motorrijden is misschien zeker de leukste manier om jezelf te verplaatsen. Hoe heerlijk is het niet om lekker te toeren over binnenwegen en dijken, langs riviertjes en door de bossen in het binnen- en buitenland. Zo geniet men optimaal van de natuur en de omgeving. Nog een groot voordeel van de motor is dat men vrijwel nooit meer in de file hoeft te staan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heden ten dage steeds meer motorrijders in het woon-werkverkeer te zien zijn. Maar het motorrijden heeft ook nadelen. De weersomstandigheden in ons land zijn niet altijd optimaal te noemen en we zijn op de motor kwetsbaarder dan in de auto. Het is dan ook van het grootste belang om een goede en gedegen rijopleiding te volgen die je op alle situaties voorbereidt

Motorexamen
Het motorexamen gesplitst in tweeën:

Voertuigbeheersing
In totaal zijn er twaalf oefeningen die zijn ingedeeld in vier clusters:

  1. lopen met de motor en gebruik van de standaard (één oefening deze is verplicht);
  2. verrichtingen bij lage snelheid (vijf oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
  3. verrichtingen bij hogere snelheid (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator);
  4. remoefeningen (drie oefeningen, waarvan één verplicht en één naar keuze van de examinator

Naast de vier verplichte oefeningen zal de examinator uit de overige acht er drie kiezen. Als je slaagt voor het examen voertuigbeheersing, ontvang je een uitslagformulier waarmee je kunt opgaan voor het examen verkeersdeelneming. Het uitslagformulier is één jaar geldig.

Verkeersdeelneming
Nadat het behalen van het examen voertuigbeheersing heb je niet veel tijd nodig om het examenniveau voor verkeerdeelneming te bereiken. Tijdens het examen verkeersdeelneming worden de bijzondere verrichtingen niet meer getoetst. Er wordt alleen naar de verkeersdeelneming gekeken. Oftewel: hoe handhaaf je jezelf in het verkeer.
Omdat de meeste kandidaten al een autorijbewijs hebben, komt dit onderdeel heel bekend voor. Op een motor moet je je anders gedragen dan in de auto. Denk hierbij aan je plaats op de weg en het meer defensief rijden.
Het examen verkeersdeelneming duurt maximaal 55 minuten.

Let op!! Om examen te kunnen doen voor dit onderdeel moet je in het bezit zijn van een geldig theoriecertificaat voor de motor

Opfriscursus
Je bent zeker niet de enige die jaren geleden zijn motorrijbewijs heeft gehaald maar lang niet meer heeft gereden. Dan kan het verstandig zijn om een opfriscursus te volgen. We herhalen wat je vroeger geleerd hebt, voegen een aantal nieuwe inzichten toe en zorgen dat je weer met een zeker gevoel de weg op kunt. De opfriscursus start met het herhalen van de basisvaardigheden. Het tweede deel van de opfriscursus dient bij voorkeur op je eigen motor plaats te vinden. Hierbij komen onder andere aan de orde bochtentechniek, remtechniek, gevaarherkenning en plaats op de weg. Uiteraard wordt de hele cursus aangepast aan jouw persoonlijke wensen! De kosten van de opfriscursus zijn € 299,-. Je wordt altijd één-op-één begeleid . Wil je de opleiding samen met bijvoorbeeld je partner volgen? Vraag dan naar de speciale prijs!

Praktijkexamen
Het praktijkexamen voor de motor is er in twee categorieën,

De examens Voertuigbeheersing en Verkeersdeelneming moet je afleggen in dezelfde categorie. Als je jonger bent dan 21 jaar, moet je het examen afleggen op een lichte motor met een vermogen van minder dan 35 kW. De cilinderinhoud van deze motor moet meer dan 120 cc zijn en hij moet minstens honderd kilometer per uur kunnen rijden.
Ben je 21 jaar of ouder, dan mag je kiezen of je het examen wilt afleggen op een lichte motor of een zware. Zo’n zware motor moet een vermogen hebben van 35 kW of meer. Voor beide categorieën geldt dat de motor moet zijn voorzien van spiegels, richtingaanwijzers en een L-bord achter op de motor

Examen lichte categorie (lichte motor)
Als je slaagt voor een examen op een lichte motor, krijg je (ongeacht je leeftijd) een rijbewijs A met een beperkte bevoegdheid. Je mag dan twee jaar lang alleen rijden met een motor met een vermogen van hoogstens 25 kW en hoogstens 0.16 kW ‘per kilo ledig gewicht van de motor’. Pas na twee jaar mag je overstappen op een zwaardere motor; daar hoef je niet opnieuw examen voor te doen.

Examen zware categorie (zware motor)
Slaag je voor een examen op een zware motor, dan krijg je van de gemeente waar je woont een rijbewijs A zonder beperkingen. Je mag daarmee direct op elke motor rijden.

Oefenprogramma

  1. Achteruit parkeren
  2. Langzame slalom
  3. Wegrijden uit parkeervak
  4. Denkbeeldige acht
  5. Stapvoets rechtdoor rijden
  6. Halve draai (links- of rechtsom)
  7. Uitwijkoefening
  8. Snelle slalom
  9. Vertragingsoefening
  10. Noodstop
  11. Precisiestop
  12. Stopproef

Achteruit parkeren: (deze is verplicht) Bestaat uit de oefening achteruit parkeren. In deze verplichte oefening loop je aan de rechterzijde van de rijbaan met de motor aan de hand. Daarna parkeer je de motor achteruit in het parkeervak en zet je de motor op de standaard. Vervolgens haal je de motor weer van de standaard en loop je naar rechts het parkeervak uit.

Langzame slalom: (deze is verplicht) De oefening in het tweede cluster is de langzame slalom. Er geldt geen richtlijn voor de snelheid. Het beste een stapvoetse snelheid. Het gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht. Van belang is verder de combinatie van juiste bediening, langzaam rijden en het behouden van de balans. Dit alles doe je natuurlijk zonder de pylonen aan te raken.

Wegrijden uit parkeervak: Bij deze oefening rijd je vanuit stilstand uit een parkeervak weg. Je maakt een haakse bocht en rijdt enkele meters rechtuit. De rijbaanbreedte is drie meter. Het belangrijkste van deze oefening is dat je gecontroleerd een scherpe bocht weet te maken, direct na het wegrijden.

Denkbeeldige acht: Bij deze oefening laat je zien dat je een complete (denkbeeldige) acht kunt rijden in een rechthoekig kader. Je rijdt met trekkende motor en houdt daarbij een gelijkmatige snelheid aan. Je mag de voetrem gebruiken.

Stapvoets rechtdoor rijden: Bij deze oefening is het de bedoeling dat je naast de lopende instructeur/examinator blijft rijden over een afstand van twintig meter. Er wordt gelet op snelheid, balans en een juiste bediening van de motor. Je maakt gebruik van een slippende koppeling. Je voetrem mag je bij deze oefening ook gebruiken, maar de voeten mogen tijdens het rijden niet op de grond komen en blijven op de voetsteunen.

Halve draai (links- of rechtsom): Bij deze oefening rijd je met licht trekkende motor op een denkbeeldige rijbaan. Na de tweede pylon maak je in één vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts. Je rijdt dan terug.

Uitwijkoefening: (verplicht) Bij de uitwijkoefening kom je met vijftig kilometer per uur aanrijden door de poort. Vijftien meter na de poort moet je vóór een denkbeeldig muurtje van pylonen naar links uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft.

Snelle slalom: Bij de snelle slalom zijn zes pylonen opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens dertig kilometer per uur met een trekkende motor. Dit moet vloeiend en gelijkmatig gebeuren.

Vertragingsoefening: Bij deze oefening trek je vanuit stilstand op om snel te komen tot een snelheid van vijftig kilometer per uur. Je rijdt dan in tenminste de derde versnelling. Na het tweede poortje rem je af tot 30 kilometer per uur en schakel je minimaal één versnelling terug. Daarna rijd je met deze snelheid (30 kilometer)een slalom om drie pylonen die acht meter uit elkaar staan.

Noodstop: (verplicht) Je rijdt bij deze oefening minimaal vijftig kilometer per uur. Na het poortje rem je maximaal af om zo snel mogelijk tot stilstand te komen. Natuurlijk mag je hierbij niet de controle over de motor verliezen.

Precisiestop: Bij de precisiestop gaat het erom dat je op een bepaald punt stilstaat. Je rijdt eerst vijftig kilometer per uur en remt beheerst als je het eerste poortje van twee pylonen passeert. Daarna moet je de motor zeventien meter verderop tot stilstand brengen.

Stopproef: Het doel van deze oefening is dat je technisch goed remt. Je schakelt kort voordat je stilstaat terug naar de eerste versnelling. Je moet hierbij een korte remweg hebben.